Deel 2: Tien jaar hervorming, dezelfde 5 winnaars

De overheid geeft elk jaar zo'n 113 miljard euro uit aan inkoop, waarvan ongeveer 18 miljard door de Rijksoverheid zelf. Aan IT besteedt het Rijk daarvan naar schatting meerdere miljarden per jaar. Het Delta Instituut onderzoekt hoe het beter kan: meer regie, toegankelijkere markten en minder afhankelijkheid.

Dit is het tweede deel van de reeks onder de noemer: het is niemands schuld, en dat is een probleem. In dit deel: waarom lukt het maar niet om marktconcentratie tegen te gaan?

Oscar Lepoeter

Een paar weken geleden was het Verantwoordingsdag. Op die dag legt het Rijk publiekelijk verantwoording af over de besteding van elke publieke euro. Departementen publiceren hun jaarrekeningen, de Algemene Rekenkamer presenteert haar verantwoordingsonderzoek, en de Tweede Kamer debatteert over waar we ons geld aan besteden. Maar wat er niet wordt besproken, en wat niet wordt gemeten, is bij wie het geld terechtkomt.

Een eerste blik op de cijfers laat zien dat dit niet bepaald een gelijk speelveld is. In 2015 publiceerde expertisecentrum PIANOo onderzoek waaruit bleek dat 1% van de Nederlandse bedrijven 79% van de totale aanbestedingswaarde naar zich toetrok.1

Er zijn veel redenen te bedenken waarom zulke grote marktconcentratie problematisch is. Voorop staat dat een geconcentreerde markt weinig concurrentie kent, en de belastingbetaler dus meer betaalt dan nodig. Maar marktconcentratie is meestal ook een symptoom van een onderliggend stelsel dat nieuwe spelers uitsluit, via ontoegankelijke procedures en vaste aanbieders die hun eigen contracten weten te verlengen met vendor lock-in. Het is dus ook vooral bureaucratisch, duur en onrechtvaardig. Daar komt bij dat langdurige afhankelijkheid van dezelfde bedrijven processen laat vastroesten, waardoor vernieuwing geen kans krijgt en de overheid niet wendbaar kan optreden.

De laatste jaren is daar het argument van soevereiniteit bij gekomen. De bedrijven waarvan de overheid afhankelijk is, zijn immers meestal ook nog eens Amerikaans. Naast een geopolitiek risico sluiten we met beperkte markten dus ook nog eens onze eigen bedrijven uit, en daarmee onze eigen economie.

Of je nu vanuit de burger, de overheid of de Nederlandse markt redeneert: competitieve markten zijn beter voor iedereen, behalve voor buitenlandse aandeelhouders.

Tien jaar aan hervormingen

Ook de overheid zag het belang van hervormingen in. Tussen 2015 en 2025 voerde het Rijk dan ook vier opeenvolgende hervormingsprogramma's door in een poging het landschap te verbeteren.

In vogelvlucht:

De eerste fase van hervormingen was organisatorisch. De commissie-Elias schatte in 2014 de jaarlijkse verspilling bij rijks-IT op €1 tot €5 miljard euro.2 Naar aanleiding van het rapport werden negentien Inkoop Uitvoeringscentra (IUC's) opgericht om kennis te bundelen en gezamenlijk in te kopen. Ook werd het Bureau ICT-toetsing (later AcICT) ingesteld om grote projecten te beoordelen, met bevoegdheid om aan de kamer te rapporteren. 

De tweede fase was normatief. Vanaf 2016 werd Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) rijksbeleid: er werd aanbevolen om sociale criteria, milieu-eisen en ruimte voor innovatieve oplossingen op te nemen in inkoopdocumenten. 

De derde fase was financieel. Het strategisch leveranciersmanagement (SLM) voegde de acht grootste technologieleveranciers van het Rijk (AWS, Google, IBM, KPN, Microsoft, Oracle, Red Hat, SAP) samen onder centrale monitoring. De gedachte was dat wie geconcentreerd inkoopt, ook geconcentreerd kan onderhandelen. Het Rijk gaf via dit systeem in 2020 €126 miljoen euro uit aan die acht leveranciers. In 2024 was dat €230 miljoen, een stijging van bijna 83% in vier jaar.3 4

De vierde fase breekt nu aan en is bundelend. Momenteel ligt op de bestuurstafels een plan voor een ingrijpende hervorming: de samenvoeging van de twaalf Inkoopuitvoeringscentra van het Rijk tot een kleiner aantal thematische expertisecentra. Vanaf januari 2027 is het nieuwe stelsel als het goed is klaar. Parallel wordt er gekeken naar objectievere gunningscriteria en wordt inkoopdata in TenderNed transparanter gemaakt.5

Wie al deze hervormingen bij elkaar optelt, ziet dat er veel wordt verschoven in de organisatie van inkoop. De trend is meer centralisering, meer bundeling van kennis, en meer focus op waardengedreven inkopen. Maar toch heeft het nog niet tot een toegankelijkere en rechtvaardigere markt geleid. In de tien jaar na het rapport van PIANOo, trokken de top vijf IT-bedrijven nog steeds maar liefst 67,6% van alle grote contracten naar binnen.6 Welk gedeelte van de totale aanbestedingswaarde dat vertegenwoordigde? Niemand die het weet (hierover later meer). 

De hervormingen hebben ook nog niet geleid tot betere IT-resultaten, of kleinere opdrachten die toegankelijk zijn voor mkb’ers. De Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk in 2025 telde maar liefst 193 IT-projecten boven de €5 miljoen euro, bijna een verdubbeling ten opzichte van de 102 in 2021. De gemiddelde kostenoverschrijding steeg van 21 procent in 2023 naar 45 procent in 2025. En slechts 45 procent van deze projecten heeft een verplicht CIO-oordeel ontvangen vóór de start, terwijl de afspraak is dat alle grote IT-activiteiten dat oordeel moeten krijgen.7

Ook de evaluatie van het beleid op Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen, eind 2024, was helder: opdrachtgevers vonden MVOI-doelen "ondergeschikt aan andere criteria" en werden er daarnaast simpelweg niet op afgerekend.8 Bijna de helft van de departementen had nog steeds geen gepubliceerd actieplan, tien jaar na de invoering.

Hoe doet Nederland het ten opzichte van Europa?

Wie wil weten waarom het maar niet lukt om de marktconcentratie te verminderen, kan Nederland het beste vergelijken met andere landen. Het Single Market Scoreboard van de Europese Commissie vergelijkt het aanbestedingsgedrag van alle lidstaten op acht prestatie-indicatoren. Nederland scoort op drie plaatsen opvallend anders dan het gemiddelde.

Het aandeel directe gunningen—opdrachten die onderhands worden gegund zonder formele aanbestedingsprocedure—is 12%.9 Het Europese gemiddelde is 5%. Daarmee besteedt Nederland 2,4 keer vaker onderhands aan dan de gemiddelde EU-lidstaat. Directe gunningen onder de Europese drempel zijn niet illegaal, maar als structureel patroon zeggen ze iets over de mate waarin concurrentie wordt vermeden. En dit aantal loopt op; in 2018 werden er rijksbreed 510 niet-competitieve procedures geregistreerd. In 2024 waren dat er 1548.10

Daarnaast is het een belangrijk signaal hoe vaak MKB’ers contracten winnen, en hoe groot deel van de opdrachtwaarde zij binnen weten te slepen. In Nederland gaat 45% van de opdrachten naar een mkb’er, terwijl dit in Europa gemiddeld 72% is. 

Het aantal opdrachten dat wordt opgeknipt zodat kleinere partijen mee kunnen dingen, is dan ook slechts 16%, ten opzichte van het Europese gemiddelde van 32%.11 De EU-richtlijn verplicht aanbesteders te motiveren waarom ze níét splitsen, maar in de praktijk is die motiveringsplicht blijkbaar geen echte stok achter de deur.

De drie Europese indicatoren vormen een zelfversterkend beeld, dat nieuwe en kleine bedrijven uitsluit. Een groot contract van €5 miljoen valt buiten het bereik van de meeste mkb-bedrijven, en ook directe gunningen gaan vaak naar de grote bedrijven die goed genetwerkt zijn, of het vorige contract in handen hadden.

Ergens is het geen verrassing dat marktconcentratie niet afneemt, ondanks alle pogingen. Het Rekenkamer Beoordelingskader Inkoopbeheer, de standaard waartegen departementen jaarlijks worden getoetst, bevat vier categorieën: rechtmatigheid, naleving van de aanbestedingswet, contractdossiervorming, en toepassing van inkoopregelgeving. Marktconcentratie staat er niet in. Mkb-besteding in euro's staat er niet in. Vendor lock-in staat er niet in. We sturen dus bijna alleen maar op proces, en niet op uitkomsten.12 13

Geen sturing zonder inzicht

Voordat we kunnen sturen op uitkomsten, is het belangrijk dat we bijhouden hoe het met die uitkomsten gaat. Helaas ontbreken juist die cijfers het vaakst. Zo is het totaal onduidelijk welk deel van de aanbestedingswaarde anno 2026 naar MKB’ers gaat.14 In 2015 noteerde belangenbehartiger MKB-INFRA in haar reactie op een evaluatie van de Aanbestedingswet: "Het aantal inschrijvingen van het mkb bij aanbestedingen is wel omhoog gegaan, maar het mkb-aandeel in de aanbestedingen niet."15 Oftewel: we winnen wel opdrachten, maar die vertegenwoordigen maar een klein deel van de markt. Elf jaar later is die conclusie nooit weerlegd, omdat het tegenbewijs niet bestaat.

De Open State Foundation stelde vorig jaar vast dat de Nederlandse overheid haar inkoopdata niet centraal toegankelijk maakt: prijzen worden niet systematisch gepubliceerd, data zijn verspreid over honderden aanbestedende diensten, gunningsbeslissingen ontbreken vaak, real-time inzicht bestaat niet.16 TenderNed werkt sinds 2023 in het Open Contracting Data Standard en maakt daarmee technisch meer dan 51 indicatoren meetbaar.17 Daarmee bestaat de technische capaciteit inmiddels, maar een besluit om de uitkomst van inkoopprocessen structureel te meten, bestaat niet.

De EU-richtlijn 2014/24 verplicht lidstaten via artikel 83 om een nationale toezichtsautoriteit aan te wijzen die het aanbestedingsbeleid monitort. Nederland heeft die bevoegdheid verdeeld: rechtmatigheidstoezicht bij de Rekenkamer, stelselcoördinatie bij BZK, markttoezicht bij de ACM. Geen van deze drie heeft als formele taak om de markt voor overheidsopdrachten competitiever te maken, of om meer inzicht te creëren in de marktwerking. Op 20 mei 2026 vat BZK in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk het treffend samen: "Het Rijk heeft geen aanvullende activiteiten ondernomen om de transparantie van inkoopdata te vergroten."18

In een nota-overleg in juni 2025 over cloudbeleid gaf staatssecretaris Digitalisering Zsolt Szabó (PVV) de stand van zaken vrijuit weer. Over eerdere cloudkeuzes: "ja, het was prijs en gemak. We keken niet naar weerbaarheid, maar daar maken we nu een omslag in." Op de vraag waarom Amerikaanse leveranciers blijven winnen verwees hij naar de autonomie van departementen. En over de eenvoudige vraag hoeveel geld er naar big tech gaat en hoeveel naar Europese aanbieders: 

“Het antwoord is, zoals altijd, geen idee! Al decennia hebben we geen idee."
- Zsolt Szabó19

Als zelfs de staatssecretaris zo machteloos blijkt te zijn, kunnen we gerust stellen: het is niemands schuld, en dat is een probleem. Niemand kiest er bewust voor om 67,6% van de grote IT-projecten van het Rijk bij vijf bedrijven onder te brengen. Als we daar verandering in willen brengen, moeten we dus eerst iemand verantwoordelijk maken. Daar gaat het volgende stuk over.

Auteur

Oscar Lepoeter
Inkoop & AI Plan
Oscar Lepoeter
Inkoop & AI Plan
1

PIANOo (Expertisecentrum Aanbesteden), "Kansen voor het mkb toegelicht," mei 2015 (op basis van TenderNed-cijfers over 2014); geciteerd in Smart Tenders, "Schokkende cijfers over het mkb bij aanbestedingen," 4 juni 2015. Het cijfer betreft uitsluitend Europese (boven-drempel) aanbestedingen: 1% van de bedrijven won 50% van die aanbestedingen, samen goed voor 79% van de totale waarde ervan; het mkb won 50% van de aanbestedingen, maar slechts 21% van de waarde. Het 1%/79%-getal is een bewerking op TenderNed-data, keert niet letterlijk terug in de onderliggende CBS-maatwerktabellen of de Kwink-evaluatie (mei 2015), en is sindsdien niet geactualiseerd.

2

Grip op ICT, eindrapport van de commissie Parlementair Onderzoek ICT-projecten bij de overheid (commissie-Elias), Tweede Kamer 33 326, nr. 5, 14 oktober 2014. Citaat p.9: "Een veilige schatting op grond van informatie van diverse deskundigen komt neer op 1 à 5 miljard euro verspilling per jaar." De commissie noteert zelf (hoofdstuk 9) dat de bedragen "niet hard" zijn.

3

Colin Baak, "Rijk besteedde 230 miljoen euro aan IT in 2024, maar compleet overzicht ontbreekt," ICT Magazine, december 2025; "Grote IT-contracten kostten rijk vorig jaar 230 miljoen euro," Binnenlands Bestuur, 2025. Staatssecretaris Van Marum, Verzamelbrief digitalisering, Kamerstuk 26 643, nr. 1450, 18 december 2025.

4

Of die stijging echte inkoopkosten reflecteert of betere registratie, is niet te zeggen. Daarnaast bevat deze bundeling bij lange na niet alle uitgaven aan deze partijen. De staatssecretaris schreef in december 2025 zelf aan de Kamer dat "de cijfers niet het gehele beeld geven van de rijksoverheid, doordat niet alle departementen en uitvoerende diensten deelnemen." Zo koopt bijvoorbeeld de Belastingdienst buiten dit systeem in. En dat is niet de eerste de beste, want het Belastingdienst-consortium deed in oktober 2025 een IT-inhuurronde van €1 miljard over 4,5 jaar. Dat was de derde verdubbeling op rij ten opzichte van de voorgaande contracten. Op z'n minst is het SLM dus  'onvolledig' te noemen.

5

De voorgenomen samenvoeging van de twaalf Inkoopuitvoeringscentra van het Rijk tot een kleiner aantal thematische expertisecentra ligt in 2026 op de bestuurlijke tafels van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR); transitie onder voorbehoud van besluitvorming operationeel vanaf januari 2027. Er zijn absolute beoordelingsmethoden geïntroduceerd waarmee prijs en kwaliteit objectiever worden gewogen, met naar verluidt gunstiger prijs-kwaliteituitkomsten.

6

Het 67,6%-cijfer over tien jaar is afkomstig uit iBestuur, april 2024, (top-5 systeemintegratoren wonnen 67,6% van 148 grote ICT-projecten >EUR 5 mln). Sinds 2024 publiceert het ministerie van BZK zelf jaarlijks welke marktpartijen aan vijf of meer grote ICT-activiteiten van het Rijk deelnemen; in 2025 betreft dit Capgemini (17 deelnames), ATOS, CGI (elk 6), Netcompany en SAP (elk 5). IBM, KPN en Ordina, in eerdere jaren onderdeel van de top, vallen in 2025 voor het eerst onder de vijf-deelnames-grens. Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025, 20 mei 2026, Bijlage 2c Tabel 61 (p. 144).

7

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025, 20 mei 2026, paragraaf 3.8 (p. 75-81) inclusief Bijlage 2c (Tabel 59, figuren 37, 39). Aantal grote ICT-activiteiten (193 in 2025 vs 102 in 2021), gemiddelde doorlooptijd (5,4 jaar), gemiddelde afwijking van de eerste kostenschatting (21% in 2023 → 31% in 2024 → 45% in 2025) en aandeel projecten met verplicht CIO-oordeel vóór start (45%, met "beperkte personele capaciteit" als opgegeven reden) uit deze paragraaf en bijlage. In 2025 hebben 47 ICT-activiteiten een aanpassing van meer dan 10 procent gekregen. Eerdere reeks ter vergelijking: AcICT, Jaarrapportage 2024, 31 maart 2025 (27% kostenoverschrijding 2024).

8

Rebel Group, Evaluatie Inkopen met Impact, 17 december 2024, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, p.24 en p.35. Citaat: "Voor opdrachtgevers zijn de doelen uit Inkopen met Impact vaak ondergeschikt aan andere criteria. Opdrachtgevers worden niet op deze doelen afgerekend." 144 organisaties ondervraagd; 39% past innovatiegericht inkopen zelden of nooit toe.

9

EU Single Market Scoreboard, landenpagina Nederland, 2024 editie. Directe gunningen NL: 12% (EU-gem: 5%); SME contractors NL: 45% (EU-gem: 72%); lots NL: 16% (EU-gem: 32%).

10

Christophoor Ram, "6 bedrijven, 230 miljoen per jaar—en niemand die zich afvraagt wat er gebeurt als er eentje omvalt," Computable, 3 maart 2026. Niet-competitieve procedures: 510 (2018) → 1.548 (2024), op basis van TenderNed-data.

11

Idem noot 10.

12

Gaat het dan goed met het proces? Niet volgens de Algemene Rekenkamer. Het verantwoordingsonderzoek van de Rekenkamer in 2024 stelde vast dat rijksbrede inkoopbeheer-onvolkomenheden €1,6 miljard aan rechtmatigheidsfouten vertegenwoordigden, een stijging ten opzichte van € 1,2 miljard in 2023.

13

Marktconcentratie, MKB-aandeel in inkoopwaarde en vendor lock-in zijn in geen enkel formeel rijksbreed verantwoordingskader een kernindicator. Zie Algemene Rekenkamer, Beoordelingskader Inkoopbeheer, laatst bijgewerkt 23 september 2025; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2024, hoofdstuk 4.6 Rijksinkoop (Den Haag, mei 2025); Significant Synergy, Monitor Aanbestedingen in Nederland 2021–2023 (Barneveld: in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, december 2024); Wijziging van de Aanbestedingswet 2012 (versterking rechtsbescherming), Kamerstuk 36 874 (Den Haag, 2026); en de aangekondigde geactualiseerde Rijksinkoopstrategie Q3 2026, zoals beschreven in Minister Rijkaart, Beleidsreactie evaluatie Inkopen met Impact, Kamerstuk 36 800 VII, nr. 11 (Den Haag, 10 oktober 2025), waarin "het perspectief van de markt" consultatief wordt meegenomen maar niet als verantwoordingsindicator wordt geoperationaliseerd. Focusonderwerp Verantwoording 2025 is "risico's voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld", niet inkoopgerelateerd.

14

Significant Synergy, Monitor Aanbestedingen in Nederland 2021–2023, december 2024, p. passim. € 116,2 mrd inkoopvolume 2023; 13.655 boven-drempel aanbestedingen 2023. mkb-aandeel in waarde: expliciet niet gerapporteerd.

15

mkb-INFRA, reactie op Kwink-evaluatie Aanbestedingswet, juli 2015. Zie ook Kwink Groep, Evaluatie Aanbestedingswet 2012, mei 2015.

16

Open State Foundation, Nederlands Open Inkoop. Geciteerde tekortkomingen: prijzen ontbreken / data gefragmenteerd / gunningsbeslissingen ontbreken / geen real-time inzicht.

18

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025, 20 mei 2026, paragraaf 4.5.6 Transparantie inkoopdata Rijksoverheid (p. 104). Letterlijk: "In 2025 is de website zakendoenmethetrijk.nl 75.803 keer bezocht. Het Rijk heeft geen aanvullende activiteiten ondernomen om de transparantie van inkoopdata te vergroten." Open Inkoop Rijk is wel een van de zeventien actiepunten in het Vijfde Actieplan Open Overheid 2023-2027.

19

Zsolt Szabó (PVV), op dat moment staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering (BZK), in nota-overleg Wolken aan de horizon (36574), 2 juni 2025. Citaten uit zijn antwoord in het tweede deel van het overleg. Verslag: Bert Hubert. De toezegging van de staatssecretaris om "per 1 september" een SLM-kostenoverzicht op te leveren, is tot op heden niet gepubliceerd.

Gerelateerde artikelen

Inkoop

Deel 1: Wat besteden we aan Microsoft? We weten het niet

De overheid geeft elk jaar zo'n 113 miljard euro uit aan inkoop, waarvan ongeveer 18 miljard door de Rijksoverheid zelf. Aan IT besteedt het Rijk daarvan naar schatting meerdere miljarden—een precies cijfer wordt niet centraal gepubliceerd. Het Delta Instituut onderzoekt hoe het beter kan: meer regie, toegankelijkere markten en minder afhankelijkheid.

Oscar Lepoeter